|
Topsporters hebben binnen hun totale begeleiding nood aan een degelijke sociale begeleiding, die hen enerzijds maximale voorbereidings- en prestatiefaciliteiten tijdens de sportloopbaan biedt en anderzijds gericht is op een vlotte sociale integratie na de sportcarrière.
De combinatie sport en studie evolueert gunstig ( zie topsportstudentenproject Hoger Onderwijs), maar de combinatie sport en werk stelt vaak nog problemen.
Vanuit deze bekommernis werd het Bloso Topsport Tewerkstellingsproject (GECO project met maximum premie) in 1995 goedgekeurd door de ministers van Cultuur (H.Weckx) en Tewerkstelling (L.Peeters). Dit was ongetwijfeld een eerste maar belangrijke stap naar een volwaardig sociaal statuut van de Vlaamse topsporter.
In maart 2002 ging minister Renaat Landuyt akkoord om het tewerkstellingsproject van 18 voltijdse equivalenten uit te breiden met 15 voltijdse equivalenten (totaal=33VTE). In november 2002 ging minister Renaat Landuyt akkoord met een uitbreiding van het tewerkstellingsproject met 10 voltijdse equivalenten zodat het totaal contingent op 43 voltijdse equivalenten werd gebracht.
Het al of niet opnieuw opnemen van bepaalde topsporters in dit topsportproject na afloop van hun contract, heeft alles te maken met de geleverde prestaties. Diegenen die stoppen met topsport, verdwijnen uiteraard uit dit project. Immers de finaliteit en het uitgangspunt van dit project is een kader creëren waarbij de topsporter gedurende een aantal jaren zich in de beste omstandigheden kan voorbereiden om topprestaties te leveren. Dit topsportproject biedt dus geen oplossing voor het fameuze “zwarte gat” waarin topsporters na hun sportcarrière dreigen terecht te komen. Dit heeft dan weer te maken met een volwaardig sociaal statuut waarvan gehoopt wordt dat dit de komende jaren kan worden gerealiseerd.
Om opgenomen te worden in het tewerkstellingsproject moeten de topsporters voldoen aan bepaalde criteria.
top
|