Links

Sportpromotie 1971 - 1991

Sportbeoefening is een variabel gegeven dat vooral sociaaleconomisch wordt bepaald. Vanaf de jaren zeventig werd bij de promotie van sportbeoefening en lichaamsbeweging vooral ingespeeld op het gezondheidsaspect en de compensatie voor een toenemende sedentaire levensstijl in alle leeftijdscategorieën van de bevolking.
Naast de sociaal-economische factoren moet ook nog rekening worden gehouden met individuele beweegredenen, die sterk bepaald worden door milieu, leeftijd, geslacht en overtuiging.

Sportpromotiecampagnes

De sportpromotiecampagnes die Bloso van 1970 tot 1990 voerde kunnen in zes fasen worden ingedeeld.

Fase 1 (1970-1972) had een zuiver sensibiliserend karakter met campagnes zoals Sportbiënnale 70 en 72, Sportiva 71, de acties Olympisch minimum, Fit-o-meter, enz.

In fase 2 (1973-1975) werd het accent verschoven naar de continuïteit in de sportbeoefening. De behoefte aan organisatie en begeleiding die hiermee gepaard ging, werd opgevangen door de uitbouw van een Vlaams vrijwilligerskorps, met name de Sport+gangmakers.

In fase 3 (vanaf 1976) werd door de verdere uitwerking van de organisatie en de structuren van het sportbeleid op gemeentelijk niveau de behoefte aan een degelijk geschoold technisch kader voelbaar (o.a. de nood aan sportfunctionarissen), wat werd opgevangen door enerzijds nieuwe en gespecialiseerde Bloso-opleidingscursussen en anderzijds het versnelde opleidingsprogramma TOSS 80 (Technische Opleiding Sport en Spel).

In fase 4 (vanaf 1978) werd gepoogd een wetenschappelijke onderbouw te vinden voor het Sport-voor-Allen-beleid. Er werden jaarcampagnes gelanceerd voor volgende achtergebleven bevolkingsgroepen: vijftigplussers (1978), kinderen (1979), vrouwen (1980) en gehandicapten (1982). Van 1981 tot 1982 werd de impulsactie Volkssporten in Vlaanderen gelanceerd in samenwerking met de Vlaamse Volkssportcentrale, met als doel de volkssporten in Vlaanderen te vermaatschappelijken en nieuw leven in te blazen.

In fase 5 (1983-1986) werd vanuit het overheidsbeleid getracht het gemeentelijk beleid en het schoolsportbeleid nieuwe impulsen te geven (consolideren en verbeteren van het bestaande beleid, aanzetten tot en participatie aan beleidsvoering).

Na het gemeentelijk beleid en het schoolsportbeleid werd getracht in fase 6 (1986-1990) op een soortgelijke manier het sportbeleid op provinciaal gebied uit te bouwen met de actie
Sportieve provincie.

Van Sport+klassiekers naar speerpuntacties (1978-1990)
Naast de campagnes werd vanaf 1978 gestart met meer specifieke sport+initiatieven, waarbij de doelstellingen de promotie van een aantal sporttakken was die voor de grote massa toegankelijk zijn en die geen specifieke training of uitrusting vergen. Zo werd in 1978 gestart met de Internationale Tweedaagse Voettocht van Blankenberge. In 1980 ontstond de tweede Klassieker: de windsurfregatta in Dudzele.
In 1981 werd de eerste Sport+klassieker voor wielertoeristen De Gordel gecreëerd in Sint-Genesius-Rode. En in 1984 werd voor de eerste maal het massa-volleybal-toernooi te Zonhoven georganiseerd.
Naast de formule van Sport+klassieker werden vanaf 1985 een aantal regionale initiatieven ondersteund onder de noemer van speerpuntacties ondersteund. Per jaar en provinciaal gespreid kregen deze acties een tweejaarlijkse ondersteuning. Van 1985 tot en met 1992 werden jaarlijks tientallen sportevenementen met regionale uitstraling.

Sport is tof ... en het kan best in je buurt (1983-1984)
Met de slogan Sport is tof ... en het kan best in je buurt richtte Bloso van 1983 tot 1984 deaandacht op het gemeentelijk sportbeleid.
Omdat het een tijd van inleveren was, met weinig ruimte voor nieuwe investeringen, werd geopteerd voor een efficiënter gebruik van de reeds bestaande infrastructuur. De campagne bevatte een deel dat specifiek gericht was op de beleidsverantwoordelijken, en een meer servicegericht deel dat eerder voor het grote publiek was bestemd.
Voor een goed functionerend lokaal sportbeleid zijn beleid, advies, beheer en uitvoering de vier sleutelbegrippen. Deze begrippen vormden dan ook de hoofdbrok van het Bloso-actieplan voor de lokale beleidsverantwoordelijken.